Het verwerken van terugmeldingen

Al meer dan 40 jaar worden er in ons land jonge lepelaars geringd met een unieke kleurring combinatie waardoor deze prachtige vogels verder tijdens hun leven te volgen zijn. In het begin gebeurde dat ringen vooral in lepelaar kolonies op de Waddeneilanden maar later ook in kolonies in Noord-Holland en in het Deltagebied. De opzet was om jaarlijks gemiddeld zo’n 600 jonge lepelaars van kleurringen te voorzien. Het eerste levensjaar is voor lepelaars -net als denk ik voor alle andere vogels- bepalend of hen een langer leven beschoren is. Vermoedelijk zal minimaal 40% van de jongen -door allerlei oorzaken- het eerste jaar niet overleven. De overgebleven jonge vogels hebben daarna het vooruitzicht op overlevingskansen op een periode van zeker tussen de 12 en 15 jaar. En in die periode kunnen ze dan door enthousiaste vogelaars worden waargenomen. In de loop der jaren is er niet alleen een heel groot aantal waarnemingen van gekleurringde lepelaars bij de werkgroep gemeld: ook het aantal waarnemers is enorm toegenomen. Mede daardoor is er nu een databestand waarin ruim 300.000 aflezingen zijn opgenomen. Een schat aan gegevens waarmee onderzoekers nog jaren vooruit kunnen. Uitwerkingen hiervan worden verwerkt in publicaties hetgeen mede bijdraagt aan een betere bescherming van de broed- en leefgebieden van deze prachtige vogelsoort.

Graag wil ik hierbij onze dank uitspreken aan al die waarnemers die keer op keer hun waarnemingen doorgeven. Zonder al die waarnemingen zou er veel minder bekend zijn over de levenswijze van deze soort.

Tegenwoordig worden er ook jaarlijks een aantal lepelaars van kleine zendertjes voorzien, die op zich heel veel nieuwe informatie opleveren, maar dat neemt niet weg dat al die veldwaarnemingen heel belangrijk zijn voor het compleet maken van de levenswijze van onze lepelaars.

Het gaat overigens goed met de populatie ontwikkeling van de lepelaar. In Nederland werden er in 2024 bijna 4.000 broedparen geteld maar ook in het Duitse en Deense Waddengebied is deze soort flink in aantal toegenomen. Ook in het overzeese gebied langs de oostkust van Engeland worden lepelaars steeds vaker als broedvogel waargenomen.

Hoe worden al die waarnemingen nu binnen de Werkgroep Lepelaar verwerkt.

We ontvangen tegenwoordig terugmeldingen uit geheel West-Europa en de kust van West-Afrika van Marokko tot en met Senegal. In 2024 waren dat er bijna 13.000.

Het terugmeldingsgebied hebben we in een aantal sectoren verdeeld en met een vijftal vrijwilligers worden die terugmeldingen verwerkt. We proberen waarnemers zo snel mogelijk te informeren over de door hen waargenomen gekleurringde lepelaars. Een snelle verwerking is enerzijds van belang om waarnemers snel te informeren over de levensloop van “hun” lepelaar maar anderszins ook van belang om eventuele vraagpunten met betrekking tot deze melding mogelijk op te lossen, mocht de waargenomen vogel nog in de buurt zijn.

Deze vijf vrijwilligers verwerken de terugmeldingen in een kopiebestand van de moederdatabase en om de paar maanden worden die gegevens opgenomen in het moederbestand. Dat verwerken zal ieder op zijn eigen wijze doen en ik zal hieronder in het kort aangeven op welke wijze ikzelf die gegevens verwerk.

Terugmeldingen ontvang ik meestal of via het centrale meldformulier van de werkgroep of rechtstreeks van de waarnemers, waarmee in de loop van de jaren een persoonlijk contact is opgebouwd. Tegenwoordig worden er ook vaak foto’s meegestuurd en die zijn heel waardevol om de juiste identiteit van het dier mede vast te stellen. Zeker in die situaties waarbij er mogelijk sprake is van kleurverandering van de kleurringen dan wel ringverlies van één der kleurringen. Ringverlies zal in de toekomst vermoedelijk minder optreden aangezien er nu witte coderingen en roestvrijstalen metalen ringen gebruikt worden die eigenlijk tijdens het leven van de betreffende vogel niet meer verloren kunnen gaan. Maar dat terzijde.

Aan de hand van de ontvangen kleurringcode kijk ik allereerst of dit dier bekend is in onze database en wat de laatste terugmelding van dit dier is. Als er nog vraagpunten zijn, koppel ik dat terug met de waarnemer en vervolgens voer ik de gegevens in mijn kopie-bestand van de database. Zichtmeldingen worden op zeer verschillende wijze aangeleverd. Soms wordt alleen volstaan met een foto met plaatsaanduiding. Met behulp van Google Maps kan dan meestal vrij snel de juiste GPS-coördinaten worden vastgesteld. Maar er zijn ook uitgebreide berichten met veel detailinformatie over de ingestuurde waarnemingen. Waar we als werkgroep in ieder geval veel waarde aanhechten is: de informatie over de juiste locatie; het aantal aanwezige dieren; het gedrag (foeragerend; rustend of anderszins); de juiste datum en het tijdstip van de waarneming(en) en vooral foto’s blijken ook heel belangrijk te zijn.

De levensgeschiedenis van de waargenomen vogel wordt vervolgens in een pdf-bestand toegezonden aan de waarnemer. Voor mij zelf houd ik een lijstje bij met het overzicht van de verzonden pdf-bestanden in het betreffende jaar, waardoor bij eventuele vragen de aangeleverde waarnemingsgegevens snel terug te vinden zijn. E-mails van waarnemingen bewaar ik minimaal 5 jaar en foto’s van gekleurringde lepelaars worden met de daarbij behorende gegevens van kleurcode; maker; datum; locatie en pdf-nummer in een map per jaar opgeslagen. Deze foto’s kunnen mogelijk bij later onderzoek van belang zijn ivm bijvoorbeeld ringverlies; kleurafwijkingen van de kleurringen etc. Foto’s zijn uitsluitend opgeslagen voor eigen onderzoek van de werkgroep en zullen zonder toestemming van de makers niet in publicaties worden opgenomen.